Dag 1 – Naar Nijmegen –Note: Alle foto’s plaats ik in de Gallerij onderaan de tekst
Vandaag, zaterdag 18 juli, begon eindelijk mijn eerste bikepack‑rit naar Nijmegen. Martijn ging mee en eigenlijk deed hij gewoon de lead‑out. Hij sleurde mij naar Nijmegen en vanaf daar moest ik het zelf doen.
Over de rit is niet heel veel te vertellen. We moesten vooral weer wennen aan die zware fietsen, maar mijn Merida Silex 7000 met 50 mm Vittoria‑banden deed het goed. Eerst reden we richting Nieuwegein, daarna over de brug bij Vianen en zo naar de Diefdijk. Gelukkig hadden we daar geen tegenwind, want het is zo open dat je bijna wegwaait. Met een fijne snelheid reden we naar Culemborg.
Daar had ik een koffiestop gepland bij Bakker Bart. Even van de route af, genieten van koffie en een gevulde koek, en daarna snel weer verder. Nog steeds bekend terrein en allemaal asfalt. Via Rijswijk naar Ochten, dwars door de fruitplantages, en dan Nijmegen. In Nijmegen was het druk, want dinsdag begon de Vierdaagse. Het zag er gezellig uit.
Na Nijmegen kwamen we op het begin van de Limburg Divide. Meteen klimmen en gravel, maar goed, dan had ik dat maar gehad. Via bossen en grindpaden kwamen we bij de camping. Het was een Vierdaagse‑camping, dus nog rustig. We mochten zelf een plekje uitzoeken. De tentjes stonden snel, de JetBoil deed zijn werk, en de noedels waren zo warm. Daarna even douchen. Ik verwachtte weinig van het sanitair, maar het was perfect: warme douche, schoon toilet. Daarna snel de tent in, want morgen wacht de superzware rit van 200+ kilometer gravel. Martijn ging naar Den Bosch om de trein naar huis te nemen.
Dag 2 – Limburg Divide / Geile Strecke
Zondag 19 juli. De dag waarvoor ik dit allemaal doe: de Limburg Divide in één dag rijden. Het zou een monster‑rit worden, dus vroeg opstaan, tent afbreken, JetBoil aan, Adventure Food naar binnen. Alles in de tassen en precies om 08:00 uur ging ik van start.
Bij het wegrijden ging ik links en Martijn rechts. Nu begon het echt. Binnen 10 kilometer had ik al de eerste klim: Col du St. Jean. Het weer was goed en de omgeving mooi, dus ik trapte lekker door. De afdaling ging heerlijk en ik rolde Milsbeek en Gennep binnen. Daar fietste ik langs een riviertje en werd het duidelijk: dit wordt bijna helemaal gravel. De routemaker had echt elk strookje onverhard gevonden.
Na Gennep ging ik het bos in en daar lag een enorme zandbak. De wortelklim was ook één grote zandhoop. Dus afstappen en duwen, wat met bepakking niet bepaald een hobby is. Maar goed, ik moest verder.
Daarna volgde een lang stuk zand en gravel waar ik wel lekker kon doortrappen. Zo kwam ik bij het Reindersmeer. Ook daar was het weer zand en lopen, maar het was prachtig. Wandelaars keken vreemd naar die ene fietser die door het zand worstelde met een veel te zware fiets. Ik genoot ondanks alles.
Hierna weer lange gravelstukken door de bossen tot Landgoed De Hamert. Daar kon ik lekker tempo maken. Tot mijn verbazing stond ik ineens bij Arcen. Bij het Fletcher Hotel zag ik een groep ouderen op e‑bikes naar binnen gaan. Ik niet, ik moest door. Achter het hotel kwam ik op de Lommerheide. Ook daar was het mooi.
Via Lomm en Velden kwam ik in Venlo. Daar ontdekte ik dat ik het pannenkoekenrestaurant voorbij was gereden. Oeps. Ik had er zo’n zin in. Dan maar verder. Voor koffie hoefde ik niet te stoppen: JetBoil erbij en klaar.
Langs de zweefvliegers van Venlo reed ik Duitsland in, het Bragterwald. Eindeloze paden, helemaal alleen. Net toen ik dacht dat het nooit zou stoppen, kwam ik in Vlodorp. Dat was welkom. Ik besloot de pannenkoek te vervangen door friet en cola bij de lokale friettent.
Via Tüddern kwam ik Nederland weer in. Onderlangs Munstergeleen, Spaubeek en Schimmert ging het richting Valkenburg. De paden waren hier slecht. Ik wist dat ik meer moest klimmen, maar de gravelpaden waren op. Nu was het klei en grote keien. In de afdaling was remmen zinloos.
Op een overwoekerd pad kon ik niet zien wat er onder lag. Plots zag ik een diepe kuil waar een 28‑inch wiel makkelijk in past. Ik trok mijn stuur omhoog en mijn voorwiel kwam eroverheen, maar mijn achterwiel niet. Door het gewicht van de bepakking klapte het achterwiel in de kuil en ik kwam met een klap op het zadel terecht. Pijnlijk. Mijn lies was gescheurd. Maar stoppen zo vlak voor de finish? Geen optie.
Achter Valkenburg kwam nog een flinke klim door het weiland. Met 5 km/u kwam ik boven. Daarna mooi gravel richting Berg en Terbijt. De laatste stukken richting Maastricht waren strak gravel, echt genieten.
De finish was bij het stadhuis van Maastricht, dus daar moest ik heen. Daarna terug naar de camping. Nog even sprinten, en een kwartier voor sluitingstijd kon ik me aanmelden. De stadscamping was een aanrader. Tent op, bedje in, en één gedachte: I did it.
201,70 km – 11:45 uur – 1.112 hoogtemeters – 90% gravel.
Dag 3 – Naar Vessem
Maandag 19 juli. Ik werd rustig wakker op de stadscamping. Iedereen sliep nog, dus ik ging douchen. Koffie, Adventure Food, spullen inpakken. Vandaag de eerste etappe naar huis: Vessem.
Thuis vroegen ze of ik niet gewoon de trein wilde pakken. Ik zei dat ik zou kijken hoe het ging. Om 10:30 uur vertrok ik. De blessure voelde ik goed, maar met dikke zalf ging het nog.
Via Maasmechelen reed ik richting Eindhoven. In België lijken ze alleen maar fietspaden langs kanalen te hebben. En die kanalen stoppen nooit. In Bocholt stopte ik voor een dubbele croque‑monsieur met koffie. Daarna worstelde ik verder. Door de blessure zat ik scheef op mijn zadel, wat ook niet ideaal is. Maar na precies 100 kilometer kwam ik aan op de camping in Vessem. Tent op, douche, en eten bij de snackshop. Heerlijk.
Dag 4 – Naar huis
Dinsdag 20 juli. Laatste dag. 125 kilometer asfalt, dat moest kunnen. Maar al bij het inpakken voelde ik het: met tegenwind ging dit niets worden. Zitten deed pijn, trappen deed pijn, alles deed pijn.
Dus de NS‑planner erbij, kaartje kopen, en richting Eindhoven. Ik wilde per se de trein van 11:00 uur halen, dus de Eindhovenaren zagen een bikepacker op de pedalen staan alsof hij de sprint van de Tour reed. Op tijd in de trein, samen met andere bikepackers. Gezellig, ervaringen uitwisselen.
In Utrecht overstappen, in Gouda nog 8 kilometer fietsen, en toen was ik thuis.
Terugblik
Het was een mooi avontuur. Jammer van de blessure, maar dag twee was waar het om draaide. Je maakt onderweg zoveel mee dat je het nooit allemaal kunt opschrijven, maar het zit in mijn hoofd en daar blijft het.
Zou ik de Limburg Divide – de Geile Strecke, in één dag aanraden? Zeker niet. Misschien. Maar eigenlijk helemaal niet. Het was prachtig, maar ook heel erg zwaar!
De route:

De route Limburg Divide






























