Met Rob op de Rimonta, Martijn op de Isaac en Nico op de Merida – Foto’s onder de tekst.
We hadden er weer zin in: een gravelritje. Eigenlijk maakte het niet uit wat we gingen doen, maar we hadden weer eens zin om met z’n drieën op pad te gaan. Een graveltocht was de perfecte aanleiding.
Zo besproken, zo afgesproken. Vandaag gingen we op pad voor een rondje rond Hilversum. Volgens Buienradar zou het weer meer dan oké zijn!
We startten bij De Kuil in Lage Vuursche. Onderweg ernaartoe regende het een beetje, maar dat zou snel overgaan. Voor de zekerheid hadden we regenjasjes meegenomen en overschoenen aangetrokken, maar dat zou uiteindelijk niet nodig blijken, dachten wij?.
De fietsen stonden klaar, de Garmin was opgestart en we konden vertrekken. Eerst naar Hollandsche Rading en daarna verder richting Egelshoek. Het was goed te doen. In de verte zagen we donkere wolken, maar die zouden ons vast niet deren.
Daarna gingen we richting Tienhoven om het semigravelpad tussen de meren van de Oostelijke Vechtplassen te rijden. Vervolgens naar Nieuw-Loosdrecht. Inmiddels werd het wel erg donker en de regen dreigde niet langer, maar viel gewoon met bakken uit de lucht.
Dus toch maar de regenjasjes aangetrokken. Meestal wordt het dan vanzelf droog, maar dit keer werkte dat trucje niet. We reden verder richting Hilversum en via de Bisschopslaan naar de Doodweg. Daar was het even opletten. Vervolgens door naar het gebied Crailoo en richting de Larense Heide.
Onderweg kwamen we langs Paviljoen Heidezicht, maar dat was niet ons doel. Eerst maar weer de regenjasjes aan, want het begon nu echt stevig te regenen. Via de mooie gravelpaden over de heide kwamen we uiteindelijk aan bij ’t Bluk. Daar was het tijd voor een stop.
Binnen was het erg druk, maar buiten konden we droog zitten. Na een heerlijke koffie en een overheerlijke pannenkoek gingen we weer verder. De regenbui was inmiddels een echte plensbui geworden, maar langer blijven zitten was geen optie omdat het best koud begon te worden.
We hadden nog een flink stuk te gaan, allemaal onverhard. Het was nu een kwestie van warm blijven fietsen. We reden door een prachtig bos, maar de bospaden waren veranderd in rivieren en de gravelpaden in beekjes. Dat maakte inmiddels niet meer uit, want we waren toch al drijfnat.
Als ware speedboten gingen we door de plassen, beekjes en riviertjes. Het kompas was ik door alle bochten en het keren allang kwijt. En ineens zag ik Lage Vuursche. Nu al? Maar we moesten nog zo’n twintig kilometer. Je raadt het al: voor dat laatste lusje kwamen we opnieuw langs de auto. Dat werd dus vol in de remmen.
We hadden uiteindelijk 47 kilometer gefietst en vonden het wel mooi geweest. Nog even schuilen, snel omkleden en met droge kleren kwamen ook de praatjes weer terug.
We gingen nog even in de tent van De Kuil zitten. De kachel brandde lekker en zo konden we weer een beetje opwarmen.
Onderweg naar huis regende het nog steeds, maar nu zaten wij gelukkig droog.
We hadden het toch maar weer gedaan. Het doel van de dag was geslaagd,
want we waren weer met z’n drieën op pad geweest!
Alle foto’s





















