Het Échte Rondje – Rondom Utrecht met te gladde banden.

Zoals zo vaak zat ik weer eens te neuzen tussen alle fietsactiviteiten die Nederland rijk is. Je kent het wel: even kijken of er nog iets is wat ik niet heb gedaan. En eerlijk is eerlijk, na al die jaren fietsplezier wordt dat lijstje steeds korter. Maar toen viel mijn oog op iets nieuws, De Échte Ronde. En als je die rijdt, mag je jezelf een Echte Ronderenner noemen. Nou, dat klinkt toch alsof je er een badge voor krijgt, dus ik dook er meteen in.

Voor 1 februari stond er een rondje Rondom Utrecht gepland, speciaal voor de gravelbike. Dat was precies het soort uitdaging waar ik wel warm voor loop. Dus ik stuurde direct een berichtje naar Martijn en Rob. Die twee schreven zich nog sneller in dan ik “inschrijven” kon aanklikken.

In de week vooraf kregen we allerlei berichten van de organisatie. Het leek erop dat het gravelgehalte wel meeviel, dus besloten we stoer voor Zerro-banden te gaan. Glad, snel, geen profiel. Ideaal voor asfalt. Minder ideaal voor… nou ja, dat zou later blijken.

Regen die je humeur test

Zondag vroeg op. Eerst naar Zoetermeer om Rob en Martijn op te pikken. En wat denk je? Het regende niet gewoon, het góót. Ik had geen regenjack mee, en ik was niet de enige.  We hielden onszelf maar voor dat het vast droog zou worden. De sfeer in de auto was… laten we zeggen ingetogen optimistisch. Niet chagrijnig, maar het scheelde weinig.

In Amerongen parkeerden we, maakten de fietsen klaar, trokken ons strak in het pak en haalden een bakkie koffie bij de start. Dat hielp.

Martijn en starttijden: een lastige combinatie

De deelnemers druppelden binnen en we zagen wat bekenden.
Om 09:20 vond Martijn dat het tijd was om te gaan. Officieel startten we pas om 09:30, in  één groep van 40 deelnemmers. Maar ja, Martijn en regels… dat is als modder en gladde banden geen goede combinatie. Dus gingen we met z’n drieën op pad.

We slingerden Amerongen uit richting het Let de Stigterpad, een prachtig gravelpad dat ons naar de echte route bracht. Na een kilometer of acht zaten we op het rondje. De benen waren goed, de lucht was grijs, en de modder… nou ja, die was aanwezig.

Modder, spray en de boswerker-look

We reden via Leersum en achter Woudenberg langs naar Amersfoort, met een lekker windje in de rug. Dat ging heerlijk. Maar de ondergrond was nat, en als je even niet oplette en te dicht achter iemand reed, kreeg je een gratis Modder Spray. Je zag eruit als een boswerker die een dubbele dienst had gedraaid. Maar goed, dat hoort erbij. Gravel is geen sport voor mensen die bang zijn voor vlekken.

Op naar Utrecht. En vooral: op naar koffie.

Fort de Gagel: drie moddermonsters in een chique omgeving

De koffiestop was bij Fort de Gagel. Het was iets verder dan gepland, dus we waren er wel aan toe. Binnen was het netjes. Heel netjes. En vol met goed geklede gasten die ons aankeken alsof we net uit een survivalrun kwamen rollen.

We werden welkom geheten door de organisatie en er stond een mandje met reepjes. Maar wij wilden koffie met appelpunt, het klassieke fietsvoer.
We kregen koffie… en een culinair appelrondje. Zo’n chic ding waar je de prijs al van af ziet glimmen. Geen stevige appelpunt, maar ach, het was warm en zoet.

De brug die niemand nodig had

Op naar Nieuwegein. Maar eerst nog een brug. Een brug te ver, letterlijk. Je kon er niet fietsend op, alleen via een stalen wenteltrap van vijf hoog. Dus fiets op de schouder en naar boven als een soort veldrijder. Nou ja… een veldrijder met hoogtevrees en een lichte draaierigheid.

Het weiland van wanhoop

Na Nieuwegein had de routebouwer nog een leuk lusje bedacht. Eerst een strak gravelpaadje, prima te doen. Maar daarna… een weiland met een modderig spoor.
Onze gladde banden waren hier net zo nuttig als pantoffels op ijs. Je werd alle kanten op gegooid en moest drie keer trappen voor één omwenteling. Rob miste zijn tractorbanden. Ik ook.

Via de Schalkwijksche Wetering gleden we richting de Goyerdijk. Die was 4,1 kilometer lang. Met deze banden voelde dat als 41 kilometer. Daarna nog een stuk langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Ik zal jullie de details besparen. Laten we zeggen: ik was blij toen we Wijk bij Duurstede bereikten.

Maar het laatste stuk had nog een verrassing: de Langerbroekerweg. Onbegaanbaar. De bagger zette mijn wielen vast. Eerst de modder uit het frame peuteren, dan weer verder. Het was bijna niet te doen.

Eindelijk Amerongen

En toen: Amerongen. Het einde in zicht. Bij de finish was alle ellende alweer vergeten. Met warme choco en koffie keken we hoe Mathieu van der Poel voor de 8e keer wereldkampioen veldrijden werd.

In de auto terug was het weer stil. Maar nu niet van chagrijn. Meer zo’n gevoel van: net als Mathieu  we hebben het weer geflikt.

Nu alleen nog bedenken hoe we de fietsen ooit weer toonbaar krijgen. Maar dat is een zorg voor later.

Fietsliefhebber - Racefiets, Gravel, Toer Maker van avonturen op de fiets

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *