Soms moet je veel regelen om een dagje te gaan fietsen!

Al een tijdje wilden we gaan gravelen bij een fietsvriend in Twente. Maar steeds kwam er iets tussen. Ook nu leek het te gaan lukken: de datum stond vast, de aankondiging was gedaan (in het Twents zelfs), maar toen bleek de A12 afgesloten voor een verse laag teer. En dan ben je lang bezig met omleidingen en dan nog naar het verre Oosten? Dat werd ons te gek.

Dus dan maar op de fiets langs de A12, dat ging wél. Martijn had een route naar Eindhoven gemaakt, en na verschillende versies werd het “Eindhoven V6”. Ja, versie zes Martijn houdt niet van verrassingen. Route gauw in mijn aanwijsdoosje gepropt.

Maar op vrijdag: grote paniek. De wind was gedraaid. Eindhoven was ineens helemaal niet gunstig. Dus dan maar ergens anders naartoe. Als we de wind volgden, kwamen we uit in Deventer. Martijn maakte weer verschillende versies, maar had pech: het routeprogramma werkte niet mee. Het vond het te ver en kwam niet verder dan Kootwijk. Dan maar twee routes. Rob en ik vonden het prima Martijn denkt goed na, wij zijn te lui om mee te denken.

Zondagochtend vroeg eruit. Op weg naar het startpunt kreeg ik nog een spetterbui over me heen, dus ik begon nat en koud. Rob stond al klaar, Martijn volgde snel, en we konden op pad.

Met de wind mee reden we via Gouda naar Nieuwegein en Bunnik. Wist je trouwens dat de “Pepernotenberg” echt bestaat? Ik wist het niet, maar links van Vechten op weg naar Bunnik kun je ’m vinden.

We fietsten verder, het werd gezelliger op de weg overal fietsers, solo en in groepen. Het zonnetje nodigde iedereen uit. Onder Utrecht door richting Zeist, waar we het lastige valsplat de oorlog verklaarden. Wat is dat toch een vermoeiende weg  constant omhoog, zwaar, vermoeiend.

Op 80 km bij Austerlitz werd er om koffie geroepen, maar ik had nog geen zin. Ik wist Rob en Martijn over te halen om door te rijden. “Over 20 km,” zei ik. Dat werden er 30. Het was een gok, maar ik dacht dat Kootwijk wel een goede koffiestop zou hebben.

Bij Kootwijk werd ik nerveus: alles dicht, geen koffie. Rob begon al te zingen: “Koffie, koffie…” Maar voorbij Kootwijk zagen we een restaurant met terras: heerlijke koffie en appeltaart. Alles smaakt goed na 110 km.

Na de koffie deden we Radio Kootwijk nog even aan fotootje maken, want dat moet. Inmiddels hebben we er wel duizend. We vervolgden de weg richting Apeldoorn, maar eerst nog de Turfbergweg op. Wat een waardeloze weg: omhoog, klinkers, het rolt niet een rotweg. Maar ook dat gaat voorbij.

Na Apeldoorn was het vliegen naar Deventer, waar we op 155 km aankwamen. We pakte Intercity naar Gouda, fietsen stevig vast, lekker in een coupé zitten altijd beter dan een klapbankje.

Bij Apeldoorn stapten twee wielrenners in. Ik wilde nog roepen: “Er mogen maar drie fietsen staan, dus wegwezen!” Maar Martijn herkende één van hen: Romy! Wat toevallig Romy en Fleur hadden hetzelfde idee en waren naar Apeldoorn gereden.

Dat was leuk. Ze kwamen bij ons zitten, we hadden elkaar veel te vertellen… tot bleek dat we in een stiltecoupé zaten. Dus de rest van de reis werd slaapverwekkend stil.

In Gouda moesten Romy, Fleur, Rob en Martijn overstappen. Ik ging op de fiets naar huis. Maar ze kwamen al gauw achter me aan de sprinter ging niet, dus ook zij op de fiets naar huis.

Iedereen kwam veilig thuis. We hadden weer een mooi avontuur beleefd!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *